Ramdew Chaitoe was een Surinaams zanger, componist en harmoniumspeler. Hij geldt als een van de belangrijkste grondleggers van de Indo-Caraïbische muziek en wordt vaak genoemd als een van de eerste Surinaamse artiesten die een album uitbracht in de stijl van baithak gana. Daarnaast was hij een van de eerste Hindoestaanse zangers uit Suriname die grote bekendheid verwierf in het Caraïbisch gebied.
Jeugd en familie
Ramdew Chaitoe werd geboren in Leiding 19 in het voormalige district Suriname. Hij was de zoon van pandit en Schriftgeleerde Sewpersad Chaitoe, die in het dagelijks leven de titel Shastri droeg. Zijn vader was naast landbouwer ook harmoniumspeler, liedschrijver en begeleider van religieuze bijeenkomsten. Hij bracht zijn zoon op jonge leeftijd de basis van muziek bij.
Zijn moeder, ‘Sabrang’ Chaitoe, was in de jaren zestig actief binnen de populaire vrouwenband Roshnie Nari Sangeet Samaadj. Ook zijn familie had muzikale wortels: zijn grootvader was vermoedelijk Harkhoe Chaitoe, een Brits-Indische immigrant die in 1907 in Suriname aankwam en werkte op Plantage Alliance. Deze voorouder was eveneens betrokken bij zang en de natak-theaterscène.
Chaitoe begon rond zijn twaalfde jaar harmonium te spelen. Hij begeleidde onder andere zijn vader tijdens religieuze bijeenkomsten en trad op in toneelvoorstellingen van Mangroe ‘Melkman’ Sakkal.
Muzikale carrière
Hoewel Chaitoe in zijn jeugd meer bekendstond als worstelaar en voetballer dan als zanger, ontwikkelde hij zich later tot een belangrijk muzikant. Eind jaren zestig nam hij deel aan culturele activiteiten en zangprogramma’s, waaronder het populaire baithak gana-programma op radio Rapar van cultuurpromotor Rashied Pierkan.
Aan het eind van de jaren zestig en begin jaren zeventig richtte Chaitoe de Roshnie Sangeet Samaadj op. Met deze groep speelde hij baithak gana-muziek en trad hij ook op in andere delen van het Caraïbisch gebied, waaronder Trinidad en Guyana. Via deze optredens hielp hij mee aan de verspreiding van Surinaams-Hindoestaanse muziek.
In de jaren zeventig raakte Chaitoe betrokken bij een strafzaak en werd hij veroordeeld. Tijdens zijn gevangenschap ondersteunde zijn vader hem muzikaal door regelmatig met een harmonium naar de gevangenis te gaan. Na zijn vrijlating kwam zijn muzikale loopbaan in een stroomversnelling.
Tot zijn begeleidingsgroep behoorden onder anderen Jasdew Sewnath, Mahinder Sewnandan, Harripersad ‘Belwa’ Sewnandan, zijn broer Ramdjegat Chaitoe, Mangroe Sakkal en Radjoe Sewgolam.
Doorbraak en albums
Chaitoe componeerde veel van zijn liederen zelf, terwijl andere nummers afkomstig waren van zijn vader. Zijn repertoire bestond uit religieuze liederen, volksmuziek en baithak gana. Hij trad op bij radio, televisie en tijdens grote Hindoestaanse feesten.
In 1976 verscheen zijn eerste grote plaat, The Star Melodies of Ramdew Chaitoe, ook bekend als King of Suriname. Het album wordt beschouwd als mogelijk het eerste baithak-gana-album uit Suriname. Het bevat liederen met invloeden uit Noord-India en Nepal, waaronder het bekende nummer ‘Ek hath mein desh ke djhanda’.
Chaitoe bracht in totaal meerdere langspeelplaten, singles en cd’s uit. Tijdens zangwedstrijden in het Caraïbisch gebied nam hij het op tegen bekende artiesten, waaronder Yusuf Khan. Hij werd verschillende keren uitgeroepen tot Caribbean Champion, onder andere in 1980.
In de jaren zeventig reisde hij door het Caraïbisch gebied, Europa en naar de Verenigde Staten. In 1976 trad hij op in New York.
Familie
Zijn zoon Deepan Chaitoe speelde bongo in zijn band. Later gaf hij deze rol door aan zijn eigen zoon Dhiradj Chaitoe.
Overlijden en nalatenschap
Ramdew Chaitoe overleed op 6 juni 1994 in Rotterdam op 51-jarige leeftijd aan een hartaanval terwijl hij sliep.
Hij liet tientallen muziekstukken na en wordt gezien als een van de grote namen binnen de Indo-Caraïbische muziek. Zijn werk droeg bij aan de internationale verspreiding van baithak gana en de culturele identiteit van Hindoestaanse gemeenschappen in Suriname en het Caraïbisch gebied.
Zijn album King of Suriname en het album Lets Sing & Dance (1968) van Dropati worden beschouwd als twee van de meest invloedrijke en succesvolle Hindoestaanse muziekalbums uit de Caraïben van de twintigste eeuw.
Bron: Wikipedia – Dhiradj Chaitoe
